De Ronde van Vlaanderen moet nog gereden worden, maar Tadej Pogacar kijkt al verder. De wereldkampioen maakt volgende week zijn debuut in Parijs-Roubaix en nam woensdag alvast een uitgebreide verkenning voor zijn rekening. Dat leverde niet alleen angstaanjagende snelheden op, maar ook een reeks Strava-records.
Pogacar reed woensdag een training van liefst 212,9 kilometer tussen Parijs en Roubaix, met een gemiddelde snelheid van 37 km/u. Onderweg verpulverde hij talloze segmentrecords – de zogenaamde KOM’s – op de kasseistroken van de Hel. In Vive le Vélo vroeg Edward Theuns zich hardop af of dat achter een brommer was. Pogacar bevestigde later zelf: “De wind zat soms erg goed, en ik zat af en toe achter de motor.”
Niet alles met hulp
Bondscoach Sven Vanthourenhout wist te vertellen dat er inderdaad een brommer aanwezig was tijdens de verkenning. Maar Pogacar nuanceerde: “Ik reed niet heel veel achter de motor.” Op de beruchte strook Mons-en-Pévèle brak hij bijvoorbeeld het Strava-record zónder hulp, al zat de wind daar wel in de rug. Dat zorgde bij kenners voor bewondering: “Daarvoor moet je stevig uit de hoek komen”, aldus Vanthourenhout.José De Cauwer ziet nieuwe Roubaix-generatie
Oud-bondscoach José De Cauwer ziet in Pogacars aanpak vooral een bewijs van de veranderende wielersport. Volgens hem is Parijs-Roubaix de voorbije jaren sterk geëvolueerd: “De materiaalkeuze is zoveel beter geworden. Het specialistenwerk is deels verdwenen. Je ziet minder renners met blaren en de fietsen zijn anders opgebouwd. Daardoor kunnen ook lichtere renners zoals Pogacar zich meten.”
Van 70 kilo naar finesse
Waar vroeger 70 kilogram als ondergrens gold om de kasseien van Roubaix te trotseren, kunnen tegenwoordig ook renners met een ander profiel meedoen voor winst. “De fietsen bollen beter, de banden zijn zwaarder, de set-ups geavanceerder. Dat opent de deur voor een type renner dat vroeger afhaakte”, aldus De Cauwer.
Snelheid maakt het verschil
Volgens De Cauwer is het trainen achter een brommer van levensbelang voor wie wil presteren in Parijs-Roubaix. “Het is een wereld van verschil: het Bos van Wallers inrijden aan 35 km/u of aan 60 km/u. De eerste 500 meter zijn cruciaal om te overleven. En vergeet niet: die fiets moet ook nog bestuurd worden bij die snelheden. Dat leer je niet zomaar in de koers zelf.”Vol vertrouwen richting Hel
Pogacar lijkt alvast niets aan het toeval over te laten. Zijn verkenning oogde strak, zijn cijfers spreken boekdelen en zijn motivatie is torenhoog. Met zijn ongekende veelzijdigheid, explosiviteit én oog voor detail, zou hij wel eens voor een daverend debuut kunnen zorgen op de wielerhel van Noord-Frankrijk. Maar eerst wacht zondag nog een andere klassieker: de Ronde van Vlaanderen.