Zaterdag start Thibau Nys zijn wegcampagne in het noorden van Spanje, ver weg van de kasseien en de hectiek van Vlaanderen. De Gran Premio Miguel Indurain vormt de opening van een programma dat toewerkt naar een duidelijk doel: presteren in de Ardennenklassiekers, met de Waalse Pijl als uitgesproken mikpunt.
Sinds zijn bronzen medaille op het WK veldrijden begin februari hield Nys zich buiten beeld. Eerst een korte skivakantie, daarna vier weken stage in Altea, inclusief hoogtetent. “Mijn voorbereiding was perfect,” zegt de 22-jarige renner van Lidl-Trek. “We hebben elke steen omgedraaid. Ik voel me klaar.”
Vertrouwen groeit, ambitie ook
Nys straalt rust én vertrouwen uit in aanloop naar zijn eerste koers sinds augustus. “Aan het begin van de voorbereiding dacht ik dat ik elke dag nodig zou hebben. Maar de laatste weken begon ik te verlangen naar de koers. Dat is een goed teken.” De puncher start zaterdag in een sterk bezette klimkoers in Navarra, waar hij zichzelf meteen wil testen. “Ik spreek nog niet over winnen. Maar ik hoop een rol te spelen in de finale.”Dat Nys meteen op niveau kan zijn, bewees hij vorig jaar met een vroege ritzege in de Ronde van Romandië. Toch legt hij zichzelf geen druk op om dat kunstje te herhalen. “Ik wil vooral tonen dat ik ook op een hoger niveau kan meedoen. De basis is goed. Nu is het zaak om opnieuw stappen te zetten in de klassiekers.”
Blik op de Muur
Die klassiekers komen er snel aan. Via de Ronde van het Baskenland — waar hij in dienst van kopman Mattias Skjelmose rijdt — werkt Nys toe naar een vol Ardennen-blok, met voor het eerst ook starts in Amstel en Luik. Toch is het de Waalse Pijl die het meest leeft. “Ik denk er vaker aan dan ik zelf doorheb. Toen ik als junior voor het eerst de Muur van Hoei opreed en zelfs wat profs loste, voelde ik: dit is een klim voor mij.”
Sindsdien is die gedachte blijven hangen. “Ik ben daar al vaker naartoe gefietst vanuit huis, puur als training. Het is niet mijn favoriete klim, maar misschien wel degene die me het beste ligt.”
Pogacar en de realiteit
Als hij straks in Hoei wil meedoen om de zege, wacht er stevige concurrentie. “Ik geloof dat ik nog nooit tegen Pogacar heb gekoerst. Dat wordt bijzonder,” zegt Nys. “Maar ik blijf realistisch. Je kan alleen maar respect hebben voor wat hij laat zien. Zelf hoop ik gewoon het maximale uit mijn dag te halen.”
De ervaring die hij nu opdoet in de Ardennen, moet de basis vormen voor de jaren die volgen. “De Vlaamse klassiekers en ook de Italiaanse eendagskoersen spreken me aan. Daar wil ik op termijn naartoe groeien. Dit voorjaar is een goede eerste stap.”
En wie weet volgt er deze zomer al een volgende: de Tour de France. “Dat hangt af van hoe ik nu presteer. De ploeg beslist in mei. Als ik mag kiezen, rij ik liever de Tour. Maar ook de Vuelta blijft een optie.”